Klimaat per materiaal in het depot

Kies het klimaat op basis van het materiaal én het soort ruimte. De regeling maakt voor vocht en warmte onderscheid tussen een archiefbewaarplaats en een archiefruimte. RV staat voor relatieve luchtvochtigheid.

Archiefbewaarplaats: artikel 54a

Artikel 54a geeft de volgende waarden per materiaal. Het teken ± geeft de marge rond de waarde aan. Zo is 50% ± 5% een band van 45% tot 55%.

Materiaal

RV

Temperatuur

Papier, perkament, was, leer, textiel, hout, foto's op papier en optische schijven

50% ± 5%

18 ± 2 °C

Zwart-witnegatieven, met de uitzondering uit de volgende rij

35% ± 5%

13 ± 2 °C

Zwart-witnegatieven op di- of triacetaat en nitraatfilm; kleurnegatieven

38% ± 5%

−20 ± 2 °C

Moederkopieën van tapes

40% ± 2%

10 ± 2 °C

Werkkopieën van tapes

40% ± 2%

18 ± 2 °C

Controleer het soort film voordat u een rij kiest. Laat bij twijfel vaststellen welk materiaal u bewaart.

Archiefruimte: artikel 45a

Voor een archiefruimte noemt artikel 45a een zo stabiel mogelijke RV van 50% ± 10%. De temperatuur ligt tussen 16 en 20 °C. Tot 25 °C is toegestaan voor hoogstens tien etmalen per jaar.

Ga na welk soort ruimte u beheert. Gebruik voor uw dossier de rij en het artikel die daarbij horen.

Volgen wat er in de ruimte gebeurt

Vraag uw gebouwbeheerder welke meetpunten voor vocht en temperatuur er al zijn. Spreek af wie de gegevens bekijkt en wie een afwijking opvolgt.

Een gemengde collectie kan materialen bevatten die elk een ander klimaat vragen. Leg daarom per vak of ruimte vast wat er ligt. Bespreek een keuze voor het klimaat met uw collectiebeheerder.

Check bewaarklimaat (in voorbereiding)

Een keuzehulp is in voorbereiding. U kiest dan het materiaal en het soort ruimte en ziet de band voor RV en temperatuur uit de tabellen. Vergelijk die band met uw eigen meetreeks.

Voeg ook de metingen van gassen toe aan uw dossier. Lees daarvoor Luchtmeting depot. Wilt u hulp bij het meetplan, beschrijf dan uw ruimte en vermeld welk materiaal u bewaart.